Huidlexicon

De opbouw van de huid

De huid is qua oppervlakte het grootste orgaan van de mens. Bij volwassenen heeft ze een oppervlakte van gemiddeld 1,5 - 1,8 m2 (15-20 % van het lichaamsgewicht). Ze is maar 0,1 - 0,7 mm dik en heeft een totaalgewicht van 10 tot 12 kilogram.
Ze vormt is buitenste lichaamsoppervlak en vervult veelzijdige functies. Ze is de afscheiding van het lichaam met de omgeving en dient als bescherming tegen externe invloeden. Ze is nauw verbonden met de rest van het lichaam via de bloedsomloop, het lymfe- en zenuwsysteem. Zo neemt ze ook belangrijke taken bij de communicatie en de waarneming op zich, daarnaast speelt de huid ook een belangrijke rol bij de stofwisseling en de lichaamseigen afweer.

In tegenstelling tot bijna alle andere organen van ons lichaam is de huid een echt multifunctioneel talent.
Dit heeft ze onder andere te danken aan haar opbouw, die uit drie lagen bestaat.

De opperhuid (epidermis)

Men kan van beneden naar boven verschillende cellagen van de epidermis onderscheiden, waarvan iedere laag een verschillende functie heeft.

Deze heten:

hoornlaag (Stratum corneum)

doorschijnende laag (Stratum lucidum)

korrellaag (Stratum granulosum)

stekelcellenlaag (Stratum spinosum)

basaalcellenlaag (Stratum basale)

Het proces van de vorming van de hoornsubstantie 'keratine' begint in de onderste laag van de epidermis, de basaalcellenlaag. Hier ontstaan de huidcellen door celdeling. Daarna doorlopen de cellen verschillende stadia op weg naar het huidoppervlak, dit duurt ongeveer vier weken. Bij deze tocht veranderen de cellen van vorm, vervlakken, sterven af en verhoornen. Dit proces noemt men differentiatie.

In de stekelcellenlaag worden de huidcellen al langzaam vlakker en krijgen ze een stekelige aanblik.

In de korrellaag begint de opeenhoping van keratine in de cellen. Onder de microscoop zijn „korrels" zichtbaar. Tegelijkertijd vervlakken de cellen en verliezen ze de celkern en het celplasma.

De doorschijnende laag komt alleen op dikke epidermisplaatsen voor, zoals aan de binnenkant van de handen en op de voetzolen. De doorschijnende laag heeft de taak een barrière te vormen tegen alle vormen van indringers in de huid.

De hoornlaag is het zichtbare deel van de epidermis. Ze bestaat uit ongeveer twintig lagen geclusterde hoorncellen, die in het onderste deel via porteïnebruggen (desmosomen) met de naastgelegen cellen zijn verbonden. In het bovenste deel ontbreken de desmosomen. De hoorncellen liggen daar losjes op elkaar en schilferen af. Door deze afschilfering (desquamation) van de hoorncellen blijft de laagdikte van de huid behouden.

De hoofdtaak van de hoornlaag is de levende huidlagen met een laag dicht op elkaar gepakte hoorncellen te beschermen. Deze vormen bovendien een beschermbarrière tegen vochtverlies, verwondingen en schadelijke stoffen.

De lederhuid (dermis)

De lederhuid is een complex netwerk van collageenvezels, zweetklieren, haarwortels, zenuwcellen, zenuwstrengen, bloed- en lymfevaten. De dermis neemt ook de verzorging van de vaatloze epidermis voor zijn rekening. Kegelvormige lussen van collageenvezels steken uit als bindweefselpapillen in verlagingen van de epidermis.

Via deze papillen zijn epidermis en dermis zo verweven dat mechanische bewegingen zoals stoten, rekken of drukken zonder schade kunnen worden opgevangen. Belangrijkste structuurkenmerk van de dermis is het vezelachtige netwerk van proteïnen. Dit bestaat voor het grootste deel uit collageenvezels en voor een klein deel uit elastinevezels. Deze geven de huid haar elasticiteit en stevigheid.

De proteïnevezels worden gevormd door specifieke cellen in de dermis, de fibroblasten. Deze vezelachtige proteïnen zijn in een gel-achtige basissubstantie ingebed. Deze substantie heeft een hoog waterbindend vermogen en is voornamelijk verantwoordelijk voor de huidturgor, de strakheid van de huid.

De onderhuid (subcutis)

De subcutis vormt de onderlaag van de huidlagen en bevat grotere bloedvaten en zenuwen. Ze bestaat uit een los, ondersteunend vetweefselrijk bindweefsel en vormt de energie- en vetopslag resp. de voedingsreserves van het lichaam. Ze biedt daarnaast ook bescherming tegen de kou.